De luchthaven Schiphol is de laatste tijd steeds vaker
voorpaginanieuws. Een actueel en veelzijdig thema voor een
werkstuk bij een van de maatschappijvakken of voor een
vakoverstijgend project in het kader van het profielwerkstuk.
Maar welke rol kan het vak geschiedenis spelen bij dergelijke
actuele thema's? En hoe kunnen actuele middelen als ICT
daarbij worden ingezet? Deze tekst is een bewerking van een
gelijknamig artikel in: Reflector (onderwijsblad voor
de bovenbouw) nummer 7, april 1998. De resultaten van een ICT-werkstuk met Schiphol als thema zijn te zien op de leerlingenafdeling van Histopia onder de titel: Schiphol: lust of last?.

Zo zullen veel leerlingen bij een historische gedeelte van een profielwerkstuk over bijvoorbeeld Schiphol al gauw denken aan een overzicht over de ontwikkeling van de luchtvaart: het ontstaan van de luchthaven Schiphol of een overzicht van legendarische vluchten zoals de aankomst van de Uiver. Maar is dat nu de historische vorming waardoor leerlingen inzien dat geschiedenis iets te maken heeft met hun eigen bestaan?
Hoe kan historisch onderzoek dan wel een bijdrage leveren aan de discussie over vraagstukken die mensen tegenwoordig bezighouden? We zouden leerlingen kunnen leren om historische standaardvragen te stellen waardoor ze gestuurd worden om heden en verleden te vergelijken en op zoek te gaan naar relevante overeenkomsten en verschillen waarmee ze hun inzicht in een hedendaags vraagstuk kunnen vergroten.
Bijvoorbeeld door hen bij onderwerpen voor werkstukken vragen te laten stellen als:

Zij zouden kunnen onderzoeken of de Bijlmerramp in die zin een historische gebeurtenis geweest, dat het de discussie over de uitbreiding van Schiphol sindsdien significant gewijzigd heeft. Spelen argumenten als angst of veiligheid sindsdien een zodanig grotere rol dat van een historische gebeurtenis kan worden gesproken? Een eenvoudige vergelijking van cijfers over klachten voor en na de ramp, of een interview met mensen van de klachtentelefoon kan al tot aardige resultaten leiden.

Door historische perioden op historisch verantwoorde manier te laten vergelijken, ontwikkelen leerlingen inzicht in de mate waarin vraagstukken samenhangen met de tijd, in hoeverre de oplossingen samenhangen met omstandigheden en belangen die soms van tijd tot tijd verschillen, maar toch ook dikwijls erg vergelijkbaar zijn.
Zo wordt het maken van een historisch onderzoekje meer dan het samenvatten van enkele boeken uit de bibliotheek en wordt van leerlingen pas werkelijk een zekere historische vaardigheid verlangt. De op deze wijze verkregen historische inzichten kunnen, hoe eenvoudig ook, leerlingen helpen om een eigen mening te ontwikkelen over dergelijke vraagstukken en over manieren om hierop invloed uit te oefenen.
Overigens zou ook bij deze vakken het leren stellen van vragen die voor de discipline kenmerkend zijn het inzicht van leerlingen in de overeenkomsten en verschillen tussen de maatschappijvakken kunnen doen toenemen. Dat is niet onbelangrijk in een tijd waarin zowel docenten als leerlingen nog moeten wennen aan het profielwerkstuk waarin aspecten van de verschillende profielvakken zullen moeten worden gecombineerd.
Een onderwerp als Schiphol leent zich gemakkelijk voor een benadering waarin leerlingen bij aardrijkskunde de infra-structurele aspecten bestuderen, bij economie de verschillende economische alternatieven bekijken en vanuit het vak maatschappijleer het verband tussen de verschillende meningen en belangen onderzoeken.
In het ICT-onderwijs bestaat tegenwoordig veel belangstelling
voor het door leerlingen zelf laten verzamelen van
informatie
van het internet. Bij een onderwerp als Schiphol zullen zij
wat dit betreft niet worden teleurgesteld. Voor het
presenteren van eigen resultaten via dit
medium (bijvoorbeeld in de vorm van werkstukken) is
veel minder aandacht. Terwijl elke school met een
internetaansluiting kan leerlingen de mogelijkheid bieden om
hun werkstukken via het internet te publiceren.
Wat zijn de voordelen van een dergelijke presentatievorm? Terwijl traditionele werkstukken doorgaans een enkele keer en dan vaak alleen door de docent worden gelezen, zal een internetwerkstuk in principe door iedereen en voortdurend te raadplegen zijn. De wetenschap dat vrienden, familie en vreemden het werkstuk zullen kunnen lezen, zal leerlingen over het algemeen stimuleren tot het maken van kwalitatief hoogwaardige produkten.
Door het toevoegen van een teller, e-mailadressen en internetkoppelingen kunnen leerlingen zelf kijken hoe vaak hun werkstukken wordt gelezen, met de lezers van hun werkstukken corresponderen en het werkstuk zelf door het toevoegen van nieuwe informatie en/of koppelingen voortdurend uitbreiden. Zo kunnen leerlingen worden aangezet om zich zelfstandig buiten de lestijd met het onderwerp te blijven bezighouden.
Door leerlingen hun werkstukken in de moderne vreemde talen te laten vertalen kan het gemakkelijk als vakoverstijgend project worden aangeboden dat vervolgens wereldwijd kan worden gepresenteerd.
Een internetwerkstuk leent zich ook goed voor groepswerk waarbij een of meer leerlingen een bepaald aspect van een thema onderzoeken. Via koppelingen kan zo uit vele onderdelen een gezamenlijk complementair werkstuk worden samengesteld.
Een dergelijk Schipholproject is in de cursus 1997-98 uitgevoerd op het Amstelveen College. Overigens is het toen niet gelukt om alle resultaten te presenteren op het internet. Een deel van het dit project is onder de titel Schiphol: lust of last? te bekijken. Voor vragen of adviezen in verband met een dergelijk project kunt u contact met mij opnemen.
Bas van der Meijden, 1998.