DE VROEGE MIDDELEEUWEN: BOEREN EN BURCHTEN

 

Werkwijzer geschiedenis, klas 1 Hfdst 4

 

 

 

LEERDOEL DE VROEGE MIDDELEEUWEN

 

JE KUNT HERKENNEN WAT BIJ DE VROEGE MIDDELEEUWEN HOORT.

Wat je daarvoor moet herkennen:

a. (economie:) Wat was er voor werk en hoe werd het verdeeld?

- Werk: Er was vooral landbouw, weinig handel en ambacht. Van de dienstverlening vooral godsdienstig werk en werk dat bij het besturen en beschermen van het land hoort.

- Verdeling: dit hing vooral af van je afkomst en je geslacht (man of vrouw):

- Afkomst: je afkomst bepaalde of je van adel was of dat je het boerenwerk van je ouders overnam. Als je geestelijke wilde worden, bepaalde je afkomst of je hoge of lage geestelijke kon worden.

- Geslacht: alleen mannen konden priester worden. Als vrouw kon je wel kloosterling worden in aparte vrouwenkloosters. Bij de boeren hielpen mannen en vrouwen elkaar op het land. Bij de adel bestuurden en beschermden de mannen. De vrouwen waren hoofd van de huishouding. Ze vervingen hun man als hij weg was.

b. (politiek:) Hoe werd de macht verdeeld?

- De bestuursvorm was monarchie, want koningen of keizers hadden de meeste macht.

- De bestuurders leenden land aan leenmannen in ruil voor trouwe dienst. Dit noem je het leenstelsel of feodalisme. Omdat de leenmannen zich vaak als eigen koninkjes gedroegen en de koning wel met hen moest samenwerken om het land te besturen, lijkt de manier van besturen ook wel op een aristocratie.

c. (levensbeschouwing:) Hoe dachten ze over levensvragen en geloof?

- Iedereen was rooms-katholiek christen. Katholiek betekent overal verspreid. Rooms betekent onder leiding van de paus in Rome. De Paus gaf leiding aan verschillende soorten geestelijken:

PAUS (hoofd van de rooms-katholieke kerk)

geestelijken in kloosters:

wereldlijke geestelijken:

abt of abdis (leider van klooster)

aartsbisschop (leider kerkprovincie, vaak een land, bijv. Nederland)

 

monniken of zusters/nonnen

bisschop (leider bisdom/diocees, bijv. de provincie Utrecht)

priester/pastoor (leider kerkgemeente, bijv. wijk in de stad Utrecht)

- Mensen die toch een andere godsdienst hadden werden gediscrimineerd, zoals bijv. de joden die zich na de verwoesting van de tempel (70 n.C.) over Europa hadden verspreid.

d. (samenleven:) Hoe dachten ze over verschillen tussen mensen?

Hoe dachten ze over verschillen tussen mensen in hun eigen samenleving?

- Ze dachten dat God drie groepen mensen had geschapen en dat elke groep een eigen taak had:

groep:                                                               taak:

* geestelijken (zoals priesters of monniken):         zorgen voor geloof

* edelen (die kastelen woonden):                         zorgen voor bescherming en bestuur

* boeren (vrij of horig):                                         zorgen voor voedsel.

- Alle geestelijken samen werden als stand beschouwd: men noemden ze de geestelijkheid.

- Alle edelen samen werden ook als een stand beschouwd: men noemden ze de adel.

- Mensen van stand hadden aanzien. Boeren niet. Horige boeren stonden het laagst.

Hoe dachten ze over andere samenlevingen?

- Samenlevingen die niet christelijk waren, zoals het Arabische rijk, werden als vijand beschouwd. De God van het christendom was er voor alle mensen, dus als je er niet in wilde geloven, werd dat als belediging van het enige echte geloof beschouwd.

e. (chronologie:) Van wanneer tot wanneer duurden de vroege middeleeuwen?

- De vroege middeleeuwen duurden van ± 500 tot ± 1000 n.C. Dit is de tijd vanaf de val van het westromeinse rijk (476 n.C.) tot aan de tijd dat er weer steden kwamen in Europa.

f. Hoe zag de wereld eruit?

- De boerderijen verschilden niet veel van die van de eerste boeren.

- Edelen woonden in kastelen.

- Kerken en kloosters werden in de Romaanse stijl gebouwd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

OEFENINGEN

 

ECONOMIE in de prehistorie, bij de Romeinen en in de vroege m.e oefenen met overhoorbestand vroegeme_economie.ohw.

Kies bij elke vraag uit de volgende mogelijkheiden:

- jagers/verzamelaars

- eerste boeren

- romeinen

- vroege middeleeuwen.

 

POLITIEK in de prehistorie, bij de Romeinen en in de vroege m.e. oefenen met overhoorbestand vroegeme_politiek.ohw.

Kies bij elke vraag uit de volgende mogelijkheiden:

- jagers/verzamelaars

- eerste boeren

- romeinen

- vroege middeleeuwen.

 

 

LEVENSBESCHOUWING in de prehistorie, bij de Romeinen en in de vroege m.e. oefenen met overhoorbestand vroegeme_levensbeschouwing.ohw.

Kies bij elke vraag uit de volgende mogelijkheiden:

- jagers/verzamelaars

- eerste boeren

- romeinen

- vroege middeleeuwen.

 

 

SAMENLEVEN in de prehistorie, bij de Romeinen en in de vroege m.e. oefenen met overhoorbestand vroegeme_samenleven.ohw.

Kies bij elke vraag uit de volgende mogelijkheiden:

- jagers/verzamelaars

- eerste boeren

- romeinen

- vroege middeleeuwen.

 

 

CHRONOLOGIE in de prehistorie, bij de Romeinen en in de vroege m.e. oefenen met overhoorbestand vroegeme_chronologie.ohw.

Bedenk welke jaartallen erbij horen.

 

 

 

 

 

Bekijk de powerpointpresentatie 'horige boeren in de vroege middeleeuwen' zien.

 

 

naar de werkwijzer