(klas 1 Steentijd)

 

LEERDOEL TIJDBALKEN EN EEUWEN

 

 JE KUNT MET TIJDBALKEN EN EEUWEN REKENEN.

Wat je daarvoor moet weten:

a. Tijdbalken:

- Dat de afstand en het aantal jaren tussen de streepjes gelijk moet zijn.

- Dat je vóór het jaar nul (= geboorte Christus) terug telt. Vóór Christus = v.C. Ná Christus = n.C.

- Dat je een periode berekent door de getallen van elkaar af te trekken (ook bij getallen v.C.).

- Dat je bij een periode van v.C. tot n.C. de getallen juist moet optellen (15 v.C.tot 10 n.C. = 25 jaar!).

b. Eeuwen:

- Dat een eeuw 100 jaar is.

- Dat jaartallen uit een eeuw altijd met 1 minder beginnen dan de eeuw: jaartallen uit de 3e eeuw beginnen met een 2 (bijv. het jaar 263). Dat is ook zo v.C.: 263 v.C. is ook 3e eeuw, maar dan v.C.!

- Of andersom: dat eeuw altijd 1 hoger is dan het jaartal: het jaar 1629 speelt zich af in de 17e eeuw.

 

 

 

OEFENINGEN

 

 

BIJ LES 6: VONDSTEN EN TIJDBALKEN

 

·  Leerdoel a. Tijdbalken oefenen met Overhoor-bestand tijdbalkeneneeuwen_tijdbalken (klik op rechtermuisknop en kies 'doel opslaan als'). In dit bestand moet je telkens uitrekenen hoeveel jaren er tussen twee getallen op de tijdbalk zitten.



BIJ LES 8: JAGERS EN BOEREN VAN VROEGER EN NU

·  Leerdoel b. Eeuwen oefenen met Overhoor-bestand tijdbalkeneneeuwen_eeuwen (klik op rechtermuisknop en kies 'doel opslaan als'). In dit bestand worden jaartallen gegeven. Jij moet zeggen in welke eeuw die zitten. Ook moet je met jaartallen kunnen aangeven van wanneer tot wanneer een eeuw loopt.

·  Eerst het (gratis) programma Overhoor downloaden of uitleg erover.

 

naar de werkwijzer