DE MOORD OP GAIUS JULIUS CAESAR

(Caesar als alleenheerser met de
wereldbol in zijn hand. Een schilderij dat rond 1800 n.C. is gemaakt)
|
Al enige tijd klonken er geruchten in Rome.
Verschillende waarzeggers hadden voorspeld dat er een aanslag op Julius
Caesar werd voorbereid. Helemaal zeker voelde Caesar zich dan ook niet. Maar
toch sloeg hij alle adviezen in de wind. Zelfs de ingewanderschouwer Spurinna
had hem gewaarschuwd: ‘Caesar, er
dreigt een gevaar dat niet langer zal wachten tot de idus van maart ‘. De
idus, dat was 15 maart, maar Caesar trok er zich niets van aan. De avond voor
de aanslag dineerde hij met ‘vrienden’. Ze hadden het nog gehad over de vraag
hoe je het beste kon sterven. Als enige had Caesar gezegd dat hij het liefst
een snelle, onverwachte dood had. Die nacht droomde hij dat hij boven de
wolken zweefde en Jupiter de hand schudde, maar de betekenis drong niet tot
hem door. Hij twijfelde alleen even toen zij vrouw Calpurnia in een droom zag
hoe de voorkant van hun huis instortte en hoe haar echtgenoot in haar armen
doorstoken werd. Hij twijfelde even of hij toch niet beter thuis kon blijven.
Maar zijn vriend Brutus haalde hem over: ‘Je
kunt de wachtende senatoren toch niet teleurstellen door niet te komen?’
De aanslag was goed gepland, nl. drie dagen voordat Caesar weer eens naar het
buitenland zou vertrekken. Ongeveer zestig mensen wisten ervan. Op
de idus, dat is de 15e, van de maand maart in het jaar 44 voor
Christus was het zover. Gaius Julius Caesar ging in zijn draagstoel op weg
naar het gebouw waar de senaat zou vergaderen. Toen hij uitstapte liep een
Griekse geleerde, Artemidorus van Cnidus, op hem af met een schriftol in zijn
hand. Hij wist van het plan om Caesar te vermoorden en wilde Caesar
waarschuwen. Hij overhandigde Caesar de rol, maar deze gaf de rol aan een van
zijn dienaren. ‘Maar Caesar, lees de
tekst, er staat belangrijke informatie in’, zei Artemidorus. Maar Caesar
luisterde niet en liep verder. Bij de ingang van de Curia stond de
ingewandenschouwer Spurinna. Caesar zag hem en zei: ‘Het is nu de idus van maart en er is niets gebeurd’. Maar
Spurinna antwoordde: ‘Inderdaad, de idus
is daar, maar de dag is nog niet ten einde.’ Caesar trad de senaat binnen
en de senatoren stonden op om hem te begroeten. Hij liep tussen hen door naar
zijn stoel. Een aantal senatoren was achter hem gaan staan en enkele
senatoren liepen op hem af alsof ze hem iets wilden vragen. Als eerste richte
Tillius Cimber het woord tot hem. Toen Caesar hem terugwees en zei dat hij
moetst wachten, pakte Cimber Caesars toga met beide handen vast ter hoogte
van zijn schouders. Caesar wilde zich losrukken en riep uit: ‘Dit is geweld!’ Op dat oment kwamen
ook de andere samenzweerders in actie. Een van de gebroeders Casca stak
Caesar van achteren in zijn nek, maar Caesar reageerde onmiddellijk, greep
Casca’s arm vast en stak hem met zijn schrijfstift. Caesar probeerde weg te
komen, maar een nieuwe dolksteek maakte dat onmogelijk. Van alle kanten zag
hij nu geheven dolken op zich gericht. (De moord op Caesar. Een schilderij
dat rond 1800 n.C. is gemaakt) Caesar
was zijn hele leven een trots man geweest en dat was hij ook in zijn
doodsstrijd. Hij realiseerde zich dat hij zijn lot niet meer kon ontlopen.
Maar hij wilde niet dat iemand hem zou zien sterven in zijn eigen bloed. Hij
omhulde zijn hoofd met zijn toga en trok tegelijk de plooien van zijn kleed
omlaag tot over zijn voeten. Drieëntwintig keer staken de senatoren met
messen en dolken op hem in, maar hij onderging zijn slachting zonder iets te
zeggen. Alleen bij de eerste steek zou hij zachtjes hebben gekreund. Toen
Marcus Brutus zich op hem stortte, zou hij hebben gevraagd: ‘Ook jij, Brutus?’ De arts Antistius
zei later dat van alle steken er maar één dodelijk was geweest. De bedoeling
van de samenzweerders was om Caesars lijk in de rivier de Tiber te gooien,
maar uit angst voor Caesars medestander Marcus Antonius, die op dat moment
consul was, zagen zij hiervan af. Caesars lichaam werd door drie trouwe
slaven weggedragen naar zijn huis. Na het voorlezen van zijn testament in het
huis van Marcus Antonius droegen magistraten en oud-magistraten het lichaam
van de dictator op een ivoren praalbed naar het Forum. Er was enige aarzeling
of ze het lichaam zouden verbranden in de tempel van Jupiter Capitolinus of
in de Curia van Pompeius. Op dat moment staken plosteling twee personen het
praalbed met kaarsen in brand. Alles wat de omstanders bij zich hadden
gooiden zij op het vuur, zelfs sieraden. Later werd er op het Forum een
marmeren zuil opgericht met op het voetstuk het opschrift: ‘Voor de vader des
vaderlands.’ EINDE |