|
Het was een
saaie tijd voor de Romeinse officier Collatínus. Al maandenlang lagen de troepen
voor de stad Ardea. De Romeinen probeerden door de belegering de bewoners
tot overgave te dwingen, maar de stedelingen hielden vol, zodat zowel de
soldaten als de officieren zich dood verveelden. Toen kwam opeens dat
bericht van de zoon van de Romeinse koning, Séxtus Tarquínius. De
koningszoon nodigde al zijn Romeinse officieren uit voor een vorstelijk
diner om wat afwisseling in hun saaie bestaan te brengen. Bovendien was het
een goede gelegenheid om zich wat geliefder te maken, want het koningshuis
stond al jaren heel slecht bekend. Er werd heerlijk gegeten en gedronken.
Aan het eind van de maaltijd kwamen de officieren over elkaars vrouwen te
spreken. De meeste officieren gaven hoog op over hun eigen vrouw. Toen nam
iemand het woord en zei: “Laten we
ophouden met opscheppen. Laten we vanuit ons legerkamp even terug naar Rome
gaan. Dan gaan we gewoon bij ieders vrouw langs. Zo kunnen we vanzelf zien
wie de beste echtgenote heeft. En als we dan opschieten kunnen we dan nog
voor de nacht weer in het kamp terug zijn.” Dit leek een goed plan
en zo reed Collatínus in het gezelschap van de andere officieren en de
koningszoon voor even terug naar hun eigen stad: Rome.
Het eerst
kwamen de officieren bij de vrouwen van de zonen van de koning aan. Maar
zij hadden weinig reden om trots te zijn. Hun vrouwen hielden zich
uitsluitend bezig met voorbereidingen voor feestpartijen of ze zaten zich
op te tutten. Anderen lagen gewoonweg wat te luieren. Ook bij de vrouwen
van de anderen was het niet beter. Uiteindelijk bleef er nog één vrouw
over: de vrouw van Collatínus. Collatínus woonde even buiten Rome en met
z’n allen gingen ze op pad. Toen ze bij zijn huis kwamen, viel direct al op
hoe verzorgd en onderhouden alles eruit zag. Collatínus ging hen voor naar
binnen. Daar was een jonge vrouw aan het weven, terwijl de slavinnen
ijverig met het spinnen van wol of andere vrouwelijke arbeid bezig waren.
Blij haar man te zien, sprong Lucretia op en omhelsde haar man. Ook heette
zij de vrienden van haar man hartelijk welkom en haastte zich naar de
keuken om voor de onverwachte gasten een feestelijk maal te maken. Direct
werd Collatínus gelukgewenst en met algemene stemmen door zijn makkers tot
winnaar verklaard. Hij had de beste vrouw die een man zich kon wensen.
Lucretia stak niet alleen in karakter en persoonlijkheid schril af bij de
andere vrouwen, maar ook haar natuurlijke eenvoud en schoonheid had op
iedereen diepe indruk gemaakt. En in het bijzonder op Séxtus Tarquínius!
Hij kon er niet van slapen en moest de hele nacht steeds weer aan haar
denken. Steeds weer zag hij haar voor zich. Hij hield het niet meer uit.
Hij moest haar bezitten, al was het maar voor één keer. En zo wreed als
zijn familie was, zo wreed was het plan wat hij bedacht om haar te
bezitten. Als hij nou eens in zijn eentje de officieren in het kamp
achterliet en stiekem een bezoekje aan haar bracht.... Zijn plan stond
vast.
Een paar
dagen werd er op de deur geklopt bij het huis van Collatínus. Lucretia liet
haar dienaar naar de deur gaan.“Wie
is daar?” “Ik ben Séxtus
Tarquínius, de oudste zoon van de edele koning van Rome. Ik ben een vriend
van Collatínus. Ik weet dat hij niet thuis is, maar natuurlijk in het
legerkamp verblijft. Ik ben op weg naar het kamp, maar heb pech met mijn
paard gekregen. Het lukt me niet meer om vanavond nog in het legerkamp aan
te komen en vraag me af of ik hier kan overnachten.” Lucretia zou
Lucretia niet zijn als ze Sextus niet gastvrij zou ontvangen. Na het
avondeten bracht zij haar gast naar de logeerkamer en ging zelf ook slapen.
Maar middenin de nacht werd Lucretia wakker, omdat ze een hand op zich
voelde. “Stil”, zei Sextus, “Ik ben de zoon van de koning en ik wil
met je naar bed.” “Nooit”,
riep Lucretia. Sextus pakte snel zijn dolk en bedreigde daarmee Lucretia “Als je niet meewerkt of om hulp roept,
dan zal men morgen hier jouw lijk vinden, maar ook het lijk van een naakte
slaaf. Dan zal ik Collatínus vertellen dat ik heb gezien dat je met een
slaaf overspel pleegde en dat ik toen maar vast wraak heb genomen voor hem.
Maar als je meewerkt zal niemand ooit vernemen wat er deze nacht gebeurd
is. Dus wat kies je: de dood en eeuwige schande, of één uurtje met een
koningszoon?” Verbijsterd hoorde Lucretia de ellendeling aan. Ze zag
aan zijn gezicht dat hij het meende. Ze sloot haar ogen en gaf toe. In alle
vroegte keerde Sextus naar het legerkamp, overtuigd dat niemand ooit iets
zou vernemen van zijn schandelijke overwinning op een weerloze vrouw. Kort
daarna meldde een vertrouwde dienaar zich bij Collatínus: “Lucretia vraagt of u direct naar haar
toekomt en uw beste vriend meeneemt. Er is iets ergs gebeurd.” Samen
met zijn vriend Brutus ging Collatínus meteen op pad. Toen hij thuis
aankwam zag hij dat ook zijn schoonvader met een vriend daar was. Zij
troffen Lucretia in haar slaapkamer aan. Bij het zien van haar man barstte
Lucretia in snikken uit en het duurde een tijdje voor ze tot spreken in
staat was. Toen vertelde ze wat er die nacht gebeurd was. Ze eindigde haar
verhaal met woorden: “Denk niet dat
ik bang ben voor de dood. Integendeel, maar voordat ik sterf wil ik de
zekerheid, dat de ellendeling, die de eer van ons huis en de heilige
gastvrijheid geschonden heeft, zijn gerechte straf zal krijgen.” De
vier mannen zwoeren haar dat plechtig. “Mijn
dank is groot”, zei Lucretia, “Nu
kan ik sterven, want ik kan met deze schande niet verder leven en met dit
bezoedelde lichaam mijn man nog aanraken.” Na deze woorden haalde ze
ineens de dolk tevoorschijn, die ze onder haar kleed had verborgen,
tevoorschijn en stak die in haar hart. Niemand had haar kunnen tegenhouden,
zo snel ging het. Terwijl de anderen in diepe verslagenheid terneer zaten,
stond Brutus op, pakte het bebloede mes, hield het omhoog en zei: “Bij dit onschuldige bloed zweer ik, en
ik roep de onsterfelijke goden tot getuigen aan, dat ik alles zal om de
gehate familie Tarquínius uit Rome te verdrijven en voor altijd onze stad
te verlossen van koninklijke dwingelandij.” Daarop gaf hij het mes aan
Collatínus en vroeg hem om de eed te herhalen. Ook de beide anderen volgden
zijn voorbeeld. Brutus, die steeds zo dom en lomp had geleken, was een
ander mens geworden. De anderen accepteerden voortaan automatisch zijn
leiding en Brutus bleek een geboren leider. Ze legden het lichaam van
Lucretia op een baar en gingen ermee op weg naar Rome. Aan iedereen die ze
tegenkwamen, vertelden ze wat er gebeurd was. Van alle kanten sloten zich
gewapende jongemannen bij de stoet aan, want de haat tegen de de koning en
zijn zoons was groot. Toen ze in Rome op het Forum aankwamen waren ze al
tot een aardig legertje aangegroeid. Brutus riep de bevolking op naar het
Forum te komen. In grote getalen gaven zij gevolg aan zijn oproep. Brutus
nam het woord: “Ik hoef hier niemand
te vertellen hoeveel schanddaden de koninklijke familie heeft begaan.
Jullie weten toch hoe de koning zelf aan de macht is gekomen door zijn
eigen vader te vermoorden?” Daarna vertelde hij dat de zoons van de
koning geen haar beter waren. Als laatste vertelde hij over de gruweldaad
van Sextus. “Kijk maar eens naar het
onschuldige lichaam van Lucretia, die voorbeeldige Romeinse vrouw. Wat zal
er gebeuren als die Sextus straks nog koning wordt? Met een koning moet je
altijd maar afwachten wat je krijgt. Als hij niet deugt, kunnen er vele
jaren van diepe ellende volgen.” Na zijn woorden brak een geweldig
gejuich los. Met grote instemming werd het hele koningschap afgeschaft en
werd de hele koninklijke familie Tarquínius voor eeuwig uit Rome verbannen.
Nooit meer zouden ze nog een koning accepteren! Alle soldaten schaarden
zich onder het commando van Brutus en keerden mee terug naar Rome.
Zo kwam er volgens de Romeinse legende een einde aan het koningschap in
Rome. Voortaan kozen ze twee mannen uit de beste families om voor één jaar
samen te regeren. Die twee konden elkaar dan controleren en omdat ze maar
één jaar aanbleven, konden ze hun macht niet gemakkelijk misbruiken. Rome
had geen koningen meer, maar was daarmee een republiek geworden. En welke
twee mannen kozen de Romeinen uit om als eerste consuls de republiek te
besturen? Collatínus en zijn vriend Brutus. Collatínus had zijn lieve vrouw
Lucretia verloren, maar mocht als een van de eerste consuls leiding aan een
staat die voorgoed van wrede alleenheersers verlost leek.
|