|
LEERDOEL
JODENDOM
JE KUNT DE BASISKENMERKEN VAN HET JODENDOM HERKENNEN.
Wat je daarvoor moet herkennen:
a. Je moet de volgende
verhalen herkennen als joods en je moet ze in de goede volgorde kunnen
zetten:
1.
Adam en Eva: de schepping van de wereld.
2.
Noach: het 1e verbond tussen God en alles wat leeft.
3.
Abraham: het 2e verbond tussen God en de joden als uitverkoren
volk.
4.
Mozes: de uittocht, 10 geboden en de verbondstent als ‘reis’tempel.
5. Saul, David, Salomo (± 1000 v.C.): de 1e joodse staat en een echte tempel.
6. Babylonische Ballingschap (6e eeuw v.C.):
verwoesting staat en tempel.
7. Verwoesting 2e tempel (70 n.C. door Romeinen):
daarna verspreiden joden zich (= diáspora).
8.
Een 2e joodse staat in 1948: stichting staat Israël (zonder tempel).
b. Je kunt de volgende kenmerken herkennen als joods:
- Ze geloven in één god
(Jahweh óf JHWH óf Adonai) die de mens heeft geschapen met zichzelf als
voorbeeld.
- Ze
hebben de TeNaCH als heilig boek (= het oude testament van de bijbel).
- Ze
willen leven volgens de wil van JHWH en ze geloven dat Hij straft als ze
dat niet doen. Profeten zijn mensen die de goddelijke wil kennen en die
aan mensen doorgeven.
- Ze geloven dat er een
verlosser (messias) zal komen
om hen te verlossen van al het slechte.
- Ze
komen in synagoges samen om er hun geloof uit te oefenen.
|