HOOFDVRAAG:
Waarom heeft het vrijheids- en gelijkheidsideaal in de VS niet automatisch tot een rechtvaardige samenleving geleid?
Introductie hoofdstuk:
Aan de hand van hedendaagse vormen van ongelijkheid/onvrijheid (bijv. krantenartikel over ideeën Haider in Oostenrijk) uitleggen dat onze ideeën over vrijheid en gelijkheid wel zo'n 200 jaar oud zijn, maar dat het niet betekent dat daaruit altijd en onmiddellijk rechtvaardige samenlevingen zijn voortgekomen. Enkele discussievragen aan de klas voorleggen, zoals:
- Zou dat komen omdat mensen die begrippen anders uitleggen waardoor ze minder universeel zijn dan we denken?
- Of zijn er mechanismen in samenlevingen werkzaam waardoor van gelijkheid en vrijheid minder terecht komt dan je zou verwachten?
- Zal de toekomst samenlevingen laten zien waarin er steeds meer vrijheid en gelijkheid is, of zal er juist sprake zijn van een tegenbeweging? En hoe zou je dat laatste kunnen voorkomen?
Duidelijk maken dat we voor deze vragen de geschiedenis van een land gaan bestuderen dat het eerst de principes van vrijheid en gelijkheid in de wet heeft vastgelegd en dat zich nog steeds laat voorstaan op de grote mate van gelijkheid en vrijheid: de Verenigde Staten van Amerika.
DEELVRAAG PARAGRAAF 1:
Wat voor een vrijheids- en gelijkheidsideaal hebben de VS sinds de onafhankelijkheid ontwikkeld?
DEELVRAAG PARAGRAAF 2:
Waarom heeft het ideaal van vrijheid en gelijkheid de achterstelling van 19e eeuwse immigranten niet kunnen voorkomen?
DEELVRAAG PARAGRAAF 3:
Waarom heeft het ideaal van vrijheid en gelijkheid de achterstelling van indianen en zwarten niet kunnen voorkomen?
DEELVRAAG PARAGRAAF 4:
Mozaïek of melting pot? Moeten volken naast elkaar leven of juist samensmelten om volledige vrijheid en gelijkheid te bereiken?
Afsluiting hoofdstuk:
Aan de hand van een antwoord op de hoofdvraag met de klas discussiëren over de vraag of de toekomst zal leiden tot meer gelijkheid en vrijheid of niet. Of hiervoor een mozaïek of een melting pot moet worden nagestreefd. Aan de hand van de geschiedenis van de VS factoren laten bedenken die de kans daarop vergroten of verkleinen. Eventueel onderscheid laten maken tussen Nederland en buitenland, Westerse en Niet-Westerse wereld.