DE BETOVERING VAN HET DAGELIJKS LEVEN
(Alternatieve hoofdvraag met deelvragen voor hoofdstuk 1 uit de geschiedenismethode Pharos havo)

HOOFDVRAAG:
Waarom heeft het Christendom de magie nooit helemaal verdrongen?

Introductie hoofdstuk:
Aan de hand van hedendaagse voorbeelden van magie (Jomanda, heksenkringen, o.i.d.) en afname kerkbezoek in de tweede helft van de twintigste eeuw samen met de klas vaststellen dat:
- dat er tegenwoordig een zekere behoefte lijkt te bestaan aan vormen van magie.
- de hedendaagse ontkerkelijking een historisch uniek verschijnsel is, waarvan we de gevolgen niet goed kunnen overzien.

Aan de hand van een klassengesprek nagaan of de leerlingen een af- of toename van magie/christendom verwachten en of er een verband tussen die twee zou kunnen zijn.
Aan de hand van hoofdvraag en deelvragen duidelijk maken dat in dit hoofdstuk het verband tussen magie en christendom in het verleden wordt onderzocht, zodat aan het einde van het hoofdstuk de discussie weer kan worden opgepakt.

DEELVRAAG PARAGRAAF 1:
Wat is magie en waardoor bleef het in de christelijke middeleeuwen bestaan?

DEELVRAAG PARAGRAAF 2:
Welke gevolgen had de kerkreformatie voor de magie?

DEELVRAAG PARAGRAAF 3:
Waardoor nam de bestrijding van magie aan het einde van de 18e eeuw sterk af?

DEELVRAAG PARAGRAAF 4:
Wat was de aard en omvang van magie in de Moderne Tijd?

Afsluiting hoofdstuk:
Aan de hand van een antwoord op de hoofdvraag vaststellen dat de rol die de christelijke kerk ten aanzien van magie heeft gespeeld in het verleden zeer verschillend is geweest. Op grond daarvan factoren opsommen waarmee hypothesen over het voortbestaan van het christendom en van magie kunnen worden verdedigd en deze hypothesen met historische argumenten laten verdedigen.


Bas van der Meijden