premier, minister van algemene zaken = balkenende minister van volksgezondheid, welzijn en sport = hoogervorst minister van binnenlandse zaken = remkes minister van buitenlandse zaken = bot minister van economische zaken = brinkhorst minister van financien = zalm minister van sociale zaken en werkgelegenheid = de geus minister van landbouw, natuurbeheer en visserij = veerman minister van defensie = kamp minister van justitie = donner minister van vreemdelingenzaken en integratie = verdonk minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen = van der hoeven minister van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu = dekker minister van verkeer en waterstaat = peijs minister van ontwikkelingssamenwerking = van ardenne minister van bestuurlijke vernieuwing en koninkrijksrelaties = Pechtold