LES: OVERZEESE HANDEL EN DE GEVOLGEN VOOR ONS ETEN
(Sporen 2, h. 3: Oost- en West-Indië. Par 1: Concurrentie en samenwerking)

CONTEXT:
  • Beginsituatie: Het is handig als de leerlingen de instap van het hoofdstuk hebben gedaan, maar deze les kan eigenlijk op elk moment worden ingelast.
  • Taakanalyse: "Op de markt van Batavia zag je allerlei handel. Maar de belangrijkste handel zag je niet: de handel van de Nederlanders overzee. Zo begint paragraaf 1. Iets dergelijks geldt echter voor het hoofdstuk zelf: het gaat wel over de handel, maar de producten die verhandeld werden krijgen de leerlingen ook niet te zien. Welke leerling weet wat foelie is of hoe nootmuskaat de smaak van typisch Nederlandse gerechten heeft bepaald? Een klassikale les biedt de mogelijkheid om leerlingen met de verschillende produkten te laten kennismaken en om hen te laten nagaan hoe groot de gevolgen van de overzeese handel zijn geweest voor dagene wat we dagelijks eten.
  • Doel: Leerlingen laten beseffen hoe belangrijk de overzeese handel is geweest voor het voedsel dat zij dagelijks eten.

  • Extra benodigdheden (uit de supermarkt):
    1 (liefst in afsluitbare glazen kruidenpotjes zonder etiket:)
    - kruidnagelen
    - witte/zwarte peperkorrels
    - hele nootmuskaatballen
    - ongemalen foelie
    2 Een stapel van minimaal 15 Allerhandes of andere tijdschriften met recepten.
    3 Een stuk Indische Spekkoek (te koop bij Indische Toko of supermarkt)
  • INTRO: (10 min)
    (Aandachtrichter:)
    - Laat enkele leerlingen een stuk indische spekkoek proeven (of ruiken) en vraag waaraan het hen doet denken.
    - Produkten die ze noemen op het bord schrijven (de leerlingen noemen speculaas, peperkoek, pepernoten, e.d.).
    - Samen met de leerlingen vaststellen dat zij eigenlijk aan typisch Nederlandse produkten denken, maar dat dit eigenlijk een typisch Indische smaak is die te maken heeft met Indische specerijen die als gevolg van de overzeese handel heel Nederlands zijn geworden.
    - Vertellen dat er nog veel meer produkten zijn die je misschien heel gewoon of zelfs typisch Nederlands vindt, terwijl ze eigenlijk aan de overzeese handel te danken zijn. Op die manier naar het lesdoel toepraten en op het bord schrijven:

    Lesdoel: Uitleggen hoe de overzeese handel ons eten heeft beïnvloed:
    je kunt in recepten de ingrediënten aanwijzen die er sinds de overzeese handel bij zijn gekomen.

    Lesonderdelen meedelen (bij klassen die veel structuur nodig hebben op bord schrijven met tijd erbij):

  • Uitleg over de specerijen die in de koek zitten en de zo typische smaak veroorzaken (10 min)
  • Zelf uitzoeken hoe de overzeese handel het eten beïnvloed heeft ahv Allerhandes met hedendaagse recepten (15 min)
  • Klassikaal vaststellen welke ingrediënten via de handel op Oost- en West-Indië zijn ingeburgerd (10 min)
  • INTERACTIEVE UITLEG OVER SPECERIJEN UIT OOST-INDIË (10 min)
    - Specerijen aan enkele leerlingen uit verschillende rijen geven en nadat ze diverse tafles zijn langs gegaan en de leerlingen eraan hebben geroken, vragen welke specerijen het zijn. Na evt. hulp uiteindelijk op het bord schrijven:

    Specerijen uit Oost-Indië:

  • - Foelie
  • - Nootmuskaat
  • - Kruidnagelen
  • - Peper
    - Evt.:
    - kaneel toevoegen (uit India)
    - toelichting geven over groei van nootmuskaat en foelie en het feit dat de nootmuskaatbomen oorspronkelijk uitsluitend op de Banda-eilanden groeiden.
    - duidelijk maken dat er in de Middeleeuwen wel peper was, maar dat het door de dure route over land niet in grote hoeveelheden beschikbaar was.
  • ZELFSTANDIG WERKEN: (15 min)
    - Allerhandes uitdelen (een per tafel) en de volgende opdracht op bord schrijven:
    Opdracht: Schrijf voor zo veel mogelijk recepten op:
  • naam van het recept
  • daaronder alleen de ingrediënten waarvan je denkt dat mensen die vóór de overzeese handel (dus in M.E.) niet hadden.
  • GEZAMENLIJK ANTWOORDEN OPSCHRIJVEN: (10 min)
    Op bord alvast West-Indië en Oost-Indië naast elkaar schrijven zodat twee kolommen ontstaan.
    Leerlingen ingrediënten laten noemen en bij een van de kolommen onderbrengen. NB: afhankelijk van de recepten, maar in veel gevallen zullen de volgende produkten er wel op komen te staan:

    WEST-INDIË
  • aardappelen
  • tomaten
  • komkommer
  • paprika
  • maïs (etc.)
  • OOST-INDIË
  • (waarschijnlijk vinden de leerlingen niet zo veel specerijen terug uit Oost-Indië, omdat specerijen als foelie in kruidenmengsels zitten)
  • Thee (help leerlingen op weg door ze de tip te geven ook aan dranken te denken)
    NB: koffie komt uit Arabië en is zelf importprodukt van Europeanen op West- en Oost-Indië)
  • Terugkoppelen naar lesdoel en leerlingen via onderwijsleergesprek tot de volgende conclusie laten komen (bord):

    Conclusie: via handel op West-Indië zijn er vooral veel nieuwe vruchten bijgekomen. Via handel op Oost-Indië vooral specerijen.
    Evt. ook aandacht schenken aan thee (China) en koffie (oorspronkelijk uit Arabië, maar in West- en Oost-Indië verbouwd).
    - Huiswerk opgeven voor de volgende les.

    Bas van der Meijden