|
Beginsituatie: De leerlingen hebben de eerste drie paragrafen uit het boek op gebruikelijke wijze gemaakt. In het spel verwerken zij stof uit deze én de niet gemaakte paragrafen. Er kan natuurlijk ook voor een andere opzet worden gekozen (het hele hoofdstuk als spel/minder dan 3 pararafen/andere pragrafen). Vergeet echter dan niet de werkwijzer aan te passen.
Takenanalyse:
Doel van de lessen: Groeps- en/of projectonderwijs gaat nogal eens ten koste van de inhoud. Het is de uitdaging om dit ondanks de speelse opzet niet te laten gebeuren. Als het goed is moet je via de spellen dezelfde feitenkennis kunnen toetsen als via een reguliere toets. Het laten spelen van het spel (les 4) zou door de herhaling die dan plaatsvindt misschien zelfs tot meer beklijving en reflectie op het leerproces kunnen leiden. Misschien is het een idee om de vakinhoud na het project via een schriftelijke overhoring te toetsen om te kijken of dit doel is bereikt. Het is de bedoeling dat leerlingen leren samenwerken. Dat behoort meer te zijn dan gewoon iets samen doen. Via de opdrachten wordt geprobeerd leerlingen positief wederzijs afhankelijk van elkaar te maken (zie s.Ebbens, Effectief leren in de klas, Groningen 1996, p. 75): - Bronafhankelijkheid: door ll. voor de groep eigen informatie te laten bestuderen. - Taakahankelijkheid: door ll. afwisselend een eigen taak te geven. - Rolafhankelijkheid: door ll. bij groepsactiviteiten eigen rol toe te delen. - Doelafhankelijkheid: doordat ll. consensus moeten bereiken voor hun gemeenschappelijk eindprodukt. |
|
DUUR VAN HET PROJECT: 4 lessen
MATERIAAL: - elke leerling krijgt een eigen exemplaar (3 pagina's). Bevat stappenplan per les, inclusief huiswerk.
- elke groep (van 4 leerlingen) krijgt een exemplaar (2 pagina's).
- Elke groep krijgt een exemplaar (1 pagina, evt. halve pagina)
- Elke groep krijgt een exemplaar (zelf aanschaffen voor de leerlingen) |
|
TOELICHTING BIJ DE LESSEN: Het is de bedoeling dat de docent tijdens de eerste les of de les die daaraan voorafgaat een korte inleiding geeft van circa 5 min (staat niet op werkwijzer). Daarin is dan tijd voor: - het meenemen van plak- en knipspullen - afspraken omtrent de hoogte van wat op het spelbord gebouwd mag worden (let op: voor je het weet zit je aan het einde van de les met een spelbord dat niet meer opgeborgen kan worden vanwege een enorme kerktoren of een dikke laag stro!) - mogen losse kaartje nu juist wel of juist niet? (bij ontbreken van een eigen lokaal is dit af te raden! Laat leerlingen hun situaties op het spelbord tekenen of uitprinten zodat ze op het bord kunnen worden geplakt. Dit voorkomt een hoop ellende!) - belangrijk: bespreek klassikaal en met grote nadruk de beoordelingscriteria ahv het beoordelingsschema: de leerlingen geven zelf punten maar doen dit grotendeels op grond van de inhoudelijke kennis die in het spel is verwerkt. Veel kennis levert veel punten op, maar wie een prachtig spel heeft gemaakt zonder veel inhoudelijke kennis, komt op een zware onvoldoende uit, hoe hard de leerlingen er ook aan hebben gewerkt. - omrekening tot cijfer: er kunnen in totaal 36 punten door de leerlingen worden gegeven. De docent kijkt het zelf ook nog na en kan bijstellen en bepalen hoeveel punten als voldoende worden beschouwd. Je zou als docent boven op de 36 punten nog maximaal nog 4 punten kunnen toekennen voor de mate waarin het logboek correct is bijgehouden. 40 punten in totaal is gemakkelijk te delen door 10, dus zo kan het aantal punten gemakkelijk worden omgerekend tot een cijfer. - bij een onrustige klas kan het uitzoeken van pech- en geluksituaties in de eerste les voor groot deel individueel gebeuren in de gewone klasse-opstelling. |