LES: SOCIALE GROEPEN IN DE ROMEINSE SAMENLEVING
(Sporen I, h. 2: Romeinen en Grieken. Par 2: De Romeinse familie)

CONTEXT:
  • Beginsituatie : De leerlingen hebben evt. het begin van par. 2 gedaan, maar nog niet p. 100-101.
  • Taakanalyse : Het boek geeft voldoende informatie, maar zowel tekst als opdrachten werken niet voldoende toe naar een conclusie. Het is de vraag of leerlingen zonder begeleiding na het doorwerken van par. 2 weten wat de belangrijkste groepen waren en zich realiseren dat het leven van slaven in de oudheid heel verschillend kon zijn.
  • Doel : De leerlingen kunnen:
    - vier verschillende sociale groepen in de romeinse samenleving noemen
    - uitleggen of slaven het altijd slechter hadden dan vrije romeinen.
  • INTRO: (5 min)
    ( Aandachtrichter: )
    - STEL JE VOOR DAT JE NAAR DE ROMEINEN KON REIZEN EN IN POMPEII TERECHT KWAM. WAT VOOR EEN SOORT ROMEIN ZOU JE DAN WILLEN ZIJN?
    Eerst een paar antwoorden laten noemen en op bord schrijven. Dan:
    ZOU JE ALTIJD LIEVER EEN VRIJE ROMEIN ZIJN DAN EEN SLAAF?
    Via vingers opsteken meningen peilen. Over het algemeen kiezen vrijwel alle leerlingen voor het leven als vrije romein. Uitslag op het bord schrijven:

    vrije romein: (aantal leerlingen)
    soms liever slaaf: (aantal leerlingen)

    - Vertellen dat je voor de beantwoording van deze vragen eigenlijk eerst zou moeten weten welke groepen er in het Romeinse Rijk waren en hoe vrijen en slaven leefden.
    - Het lesdoel op het bord schrijven en meedelen dat aan het einde van de les hun mening opnieuw wordt gevraagd om te kijken of de mening van sommigen is veranderd.

    Lesdoelen:
    - Welke vier sociale groepen waren er in de romeinse samenleving?
    - Hadden slaven het altijd slechter dan andere mensen? Leg uit!

    Lesonderdelen meedelen (bij klassen die veel structuur nodig hebben op bord schrijven met tijd erbij):

  • p. 100 lezen en uitzoeken welke groepen er allemaal waren en vragen van p. 101 maken (20 min)
  • gezamenlijk antwoorden opschrijven
  • Opnieuw meningen peilen en je keuze uitleggen
  • ZELFSTANDIG WERKEN: (20 min)
    De opdrachten 17, 21, 22, 24 eventueel (nog) niet laten maken omdat ze van het doel van de les afleiden.

    GEZAMENLIJK ANTWOORDEN OPSCHRIJVEN: (15 min)
    OPNIEUW MENINGEN PEILEN (5 min)

    Via onderwijsleergesprek eerst onderscheid laten maken tussen twee groepen:
    IN WELKE TWEE GROEPEN ZOU JE DE ROMEINEN KUNNEN VERDELEN?
    Vervolgens doorvragen of binnen die groepen een verdere onderverdeling valt te maken:

    Vrije romeinen:

  • rijke vrije romeinen (patronus= beschermheer)
  • arme vrije romeinen (cliënt= beschermeling, afhankelijke volgeling van een beschermheer)

    Onvrije romeinen: slaven:

  • slaven die slecht leven/werk hadden
  • slaven die goed werk/leven hadden

  • (Vrijgelatenen)

  • CONTROLE LESDOEL: (5 min)
    - Opnieuw meningen peilen. Als het goed is, valt de stemming nu heel anders uit. Veel meer leerlingen zouden nu soms liever een slaaf zijn, nl. als ze een goed leven hadden.
    - Enkele leerlingen hun keuze laten uitleggen om te controleren of lesdoel is bereikt (vraag welke groepen er allemaal waren en waarom een slaaf het niet altijd slechter had).
    - Huiswerk opgeven voor de volgende les.

    Bas van der Meijden