|
CONTEXT:
- vier verschillende sociale groepen in de romeinse samenleving noemen - uitleggen of slaven het altijd slechter hadden dan vrije romeinen. |
|
INTRO: (5 min)
( Aandachtrichter: ) - STEL JE VOOR DAT JE NAAR DE ROMEINEN KON REIZEN EN IN POMPEII TERECHT KWAM. WAT VOOR EEN SOORT ROMEIN ZOU JE DAN WILLEN ZIJN? Eerst een paar antwoorden laten noemen en op bord schrijven. Dan: ZOU JE ALTIJD LIEVER EEN VRIJE ROMEIN ZIJN DAN EEN SLAAF? Via vingers opsteken meningen peilen. Over het algemeen kiezen vrijwel alle leerlingen voor het leven als vrije romein. Uitslag op het bord schrijven:
vrije romein: (aantal leerlingen)
- Vertellen dat je voor de beantwoording van deze vragen eigenlijk eerst zou
moeten weten welke groepen er in het Romeinse Rijk waren en hoe vrijen en
slaven leefden.
Lesdoelen:
Lesonderdelen meedelen (bij klassen die veel structuur nodig hebben op bord schrijven met tijd erbij): |
|
ZELFSTANDIG WERKEN: (20 min)
De opdrachten 17, 21, 22, 24 eventueel (nog) niet laten maken omdat ze van het doel van de les afleiden. |
|
GEZAMENLIJK ANTWOORDEN OPSCHRIJVEN: (15 min)
OPNIEUW MENINGEN PEILEN (5 min)
Via onderwijsleergesprek eerst onderscheid laten maken tussen twee
groepen:
Vrije romeinen:
Onvrije romeinen: slaven:
|
|
CONTROLE LESDOEL: (5 min)
- Opnieuw meningen peilen. Als het goed is, valt de stemming nu heel anders uit. Veel meer leerlingen zouden nu soms liever een slaaf zijn, nl. als ze een goed leven hadden. - Enkele leerlingen hun keuze laten uitleggen om te controleren of lesdoel is bereikt (vraag welke groepen er allemaal waren en waarom een slaaf het niet altijd slechter had). - Huiswerk opgeven voor de volgende les. |